Het krioelt op de paddock, zoals het gebied rondom de pitboxen van de Formule 1-teams heet. Je kent het van de beelden op tv. Er lopen filmsterren, influencers, ook de koning zelf. Het draait om de 22 coureurs, ondersteund door honderden monteurs. Allemaal hebben ze accreditaties om de nek, want hoewel het een drukte van belang is, is dit een strikt afgeschermd gebied.
Maar het is niet afgeschermd voor Jeroen. Sterker nog, hij is door de Nederlandse motorsportfederatie KNAF aangesteld om er, namens de FIA, met zijn neus bovenop te staan. En alles te noteren wat hij de monteurs ziet doen.
Vrachtwagenmonteur in de werkplaats
Jeroen is 36 jaar en getrouwd met Annet. Ze hebben een tweeling van vijf en wonen in Klarenbeek. Hij groeide op de boerderij op en koos als tiener voor de opleiding bedrijfswagentechniek in Apeldoorn. Hij begon z’n werkzame leven bij De Baar Trucks in Twello. Op aanraden van z’n oom, ook actief in het vak, werd hij op het spoor van Van Werven gezet.
“Ik kende Van Werven eigenlijk helemaal niet, maar niet veel later kwam ik hier in dienst. Het is bij een bedrijf als dit mooier werken dan bij een dealer.” In 2009 begon hij in Oldebroek, 17 jaar geleden alweer. “Ik moest eerst nog het laatste jaar van mijn opleiding afmaken, via BBL, met vier dagen werken en één dag school. En nu begeleid ik zelf jongens die op school zitten.”
Uit duizend geselecteerd
Zijn vrouw werkt bij de één van de voormalige hoofdsponsors van de Dutch GP. Als onderdeel van een marketingactie werd er gezocht naar technische commissarissen. Zijn vrouw merkte dat op en tipte Jeroen. Dat was precies wat voor hem. Bij zijn vorige werkgever sleutelde hij mee aan de Dakar-truck van Pascal de Baar. Samen met zijn ervaring bij Van Werven, moest dat overtuigend genoeg voor Jan Lammers, de sportief directeur van de Dutch Grand Prix Zandvoort. “Hij deed de selectie zelf, en heeft ook meegedaan aan Dakar-rally’s. Dat heeft misschien geholpen. Mijn vrouw heeft dat allemaal super goed in de brief verwoordt, die kan dat.”
Met de neus er bovenop
Het barst van de regels in de autosport en de Formule 1. De technische commissarissen zien erop toe dat de monteurs de auto niet lichter maken dan is toegestaan, dat ze veilig zijn en geen illegale verbeteringen doorvoeren. Maar verder geeft hij niet hoog op van z’n bijbaan, hij genoot vooral.
“Dit jaar stond ik vooral bij de weegschalen. Alle auto’s worden tijdens de kwalificatie en na de race gewogen. Ik hielp om de auto’s op de weegschalen te duwen. Daarnaast loste ik collega’s af in de pitboxen en noteerde ik netjes wat de monteurs deden. Ondertussen genoot ik van wat er allemaal om me heen gebeurde. Het is een gekkenhuis. Ik stond er middenin. Vlak voor de race van dit jaar stond ik nog naast Lando Norris, die de laatste dingen doornam met zijn hoofdmonteur. Wat ze tegen elkaar zeiden? Dat kon ik helaas niet verstaan door al het lawaai.”
Iedere grammetje besparen en dan werkt het nog ook
“Het is indrukwekkend om van zo dichtbij te zien hoe de monteurs ieder grammetje besparen dat ze kunnen. Als je tien kilo zwaarder bent, verlies je per ronde een halve seconde. Dat is in deze sport gigantisch. Dus ze makken alles zo klein, compact en licht mogelijk. En dan werkt het meestal ook nog.”
Vijf jaar lang stond hij er met z’n neus bovenop. “Het was overweldigend. Het is een gigantische poppenkast. Er lopen mensen die niets met de sport hebben, maar die gezien willen worden. Geld lijkt geen rol te spelen. Het is een bizarre wereld. Het was leuk om er een paar jaar tussen te staan, ik heb regelmatig kippenvelmomenten gehad.”
De laatste Dutch GP werd in 2026 gereden, en dus komt er een einde aan zijn luxe bijbaan. Maar vervelen gaat hij zich niet. Via zijn F1-avontuur is hij ook in de rallysport terecht gekomen. Bij evenementen als de Hellendoornrally, de Vechtdal Rally en de GTC Rally voert hij veiligheidskeuringen uit voor de Nederlandse autosportfederatie KNAF.
Vijf of zes weekenden per jaar. Dat gaat in goed overleg met het thuisfront en z’n chef. “Ik zeg ook wel eens een weekend af, omdat het niet past. Dat is zo mooi in balans. Ik moet een beetje bezig zijn.”
