1. Home
  2. Verhalen
  3. Geen stereotype boekhouder

Geen stereotype boekhouder

Bert Wolf werd in 1972 als boekhouder aangenomen. Hij zat niet achter een luxe stoel aan een net bureau, maar op een stoel waar de veren uitsprongen. Zo zat niet alleen hij erbij, maar de hele directie. Hij bleef - met veel plezier - trouw aan Van Werven, tot zijn pensioen.

“In 1972 ben ik als boekhouder aangenomen. Van Werven was nog een klein mechanisatiebedrijf met een werkplaats. Ze hadden een shovel, een Pingeon-kraan en een paar trekkers. De enige vestiging was die aan de Verlengde Looweg. Van facturen tot lonen: ik deed alles alleen." 

"Ook toen van Werven groeide, bleef ik veel zelf doen. Later werkte ik samen met veel fijne en goede collega's van de administratie. In die tijd werkten boekhouders altijd netjes in pak. Ik wilde én kon dat niet; dan had ik nooit tussen de chauffeurs en monteurs gepast. Daarom zei iedereen dat ik geen stereotype boekhouder was. Een monteur vertelde mij eens dat hij niks moest hebben van boekhouders. Ik vroeg hem of hij aan mij ook een hekel had. “Nee”, zei hij toen. “Aan jou niet, maar jij bent geen echte boekhouder.” Met alle lonen die toen nog contant betaald werden, had ik regelmatig veel geld op zak. Ik was wel eens bang om daarmee over straat te lopen. Ik nam altijd zo’n net koffertje mee, maar daar deed ik niks in. Ik stopte al het geld in de binnenzakken van mijn dikke jas.”

Opgehoogde bureaus

“Waar ik bij mijn vorige werkgever iedere dag plaatsnam op een luxe stoel achter een net bureau, zat ik bij Van Werven op een stoel waar de veren uitsprongen. Zo zat niet alleen ik erbij; ook de directie. Het ijzeren bureau waarachter Jan van Werven werkte, was zo laag dat hij stapels bakstenen onder de poten had gelegd. Ondanks dat we het niet breed hadden, wilden we relaties elk jaar een kerstpakket geven. Dat mocht natuurlijk niet te veel kosten. Ik weet nog dat Willem van Werven, de opa van Cor, Herbert en Wilfred, een pasje van de Makro kreeg. Samen met hem reed ik naar een vestiging in Amsterdam. Daar kon je jonge jenever kopen in jerrycans van tien liter, heel goedkoop. Willem (door werknemers Ome Willem genoemd) vond het geweldig en nam er een paar mee. In Oldebroek haalde hij overal oude lege flessen vandaan, die ik in de kelder aan de Verlengde Looweg schoonmaakte en vulde met de jenever. Het was de eerste en de laatste keer dat we alcohol weggaven aan relaties. In de jaren zeventig stonden we er niet al te best voor. We moesten keuzes maken. Dikke winst was niet haalbaar binnen de landbouwmechanisatie. Daarom zijn we op een gegeven moment het grondverzet ingegaan.”

Saamhorigheid

“Het mooist vind ik hoe iedereen vroeger het gevoel had: dit bedrijf is van ons. Saamhorigheid was en is de kracht van het bedrijf. Als ergens een machine met een lekke band stond, en er was niemand anders beschikbaar, dan reed ik als boekhouder die kant op. We wezen vroeger regelmatig reclame af. “Dat moet het personeel maken”, zeiden we dan. Van Werven had de nieuwste machines en de beste machinisten. Onze jongens werkten al van kleins af aan op shovels, kranen en trekkers. Toen het bedrijf groeide naar veertig á vijftig medewerkers, werd de kantine in de oude schuur te klein om samen de week in af te sluiten. Collega's leverden vrije tijd in om mee te bouwen aan een nieuwe kantine. In de avonden en weekenden werkten ze allemaal mee, voor niks. Dat is écht hart hebben voor de zaak.”

Van vier naar tweehonderd

“Ik begon met vier collega’s. Toen ik in 2004 met pensioen ging, liet ik ruim tweehonderd collega’s achter. Dat Van Werven zo is gegroeid, is denk ik deels te danken aan alle medewerkers die lang in dienst zijn geweest. Eerlijk gezegd had ik nooit verwacht dat Van Werven zó groot zou worden. Ik ben trots op wat ze bereiken, maar maak me soms ook zorgen. Zo’n groot bedrijf brengt voor de familie natuurlijk ook een hoop kopzorgen met zich mee. Vanzelfsprekend heeft de groei van Van Werven voor- en nadelen. Vroeger kon ik bijvoorbeeld nooit vrije dagen opnemen. De laatste jaren ging ik met mijn vrouw standaard midweken weg. Dan kon ik donderdagmiddag weer op de zaak zijn en op vrijdag alle lonen uitbetalen.”

Van vier naar tweehonderd

“Ik begon met vier collega’s. Toen ik in 2004 met pensioen ging, liet ik ruim tweehonderd collega’s achter. Dat Van Werven zo is gegroeid, is denk ik deels te danken aan alle medewerkers die lang in dienst zijn geweest. Eerlijk gezegd had ik nooit verwacht dat Van Werven zó groot zou worden. Ik ben trots op wat ze bereiken, maar maak me soms ook zorgen. Zo’n groot bedrijf brengt voor de familie natuurlijk ook een hoop kopzorgen met zich mee. Vanzelfsprekend heeft de groei van Van Werven voor- en nadelen. Vroeger kon ik bijvoorbeeld nooit vrije dagen opnemen. De laatste jaren ging ik met mijn vrouw standaard midweken weg. Dan kon ik donderdagmiddag weer op de zaak zijn en op vrijdag alle lonen uitbetalen.”

Bijzondere band

Ondanks dat Hendrik van Werven moeite had met lezen en schrijven, kon hij ontzettend goed inkopen. Hij betaalde geen cent te veel. Na deals las ik contracten door en checkte ik of alles klopte. We hadden een bijzondere band. Hendrik en ik zeiden vaak tegen elkaar: “We kunnen het goed met elkaar vinden, maar we moeten nooit samen met elkaar op vakantie gaan. Dat zouden we niet redden.” Anderen noemden mij gekscherend wel eens de vierde broer. Het overlijden van Hendrik was voor mij een heftige gebeurtenis. Gerrit van Werven belde mij midden in de nacht op en vertelde dat Hendrik was verongelukt. Diezelfde nacht nog zat ik met de vrouw van Hendrik en kleine Wilfred, Cor en Herbert om tafel. De begrafenis hebben we samen geregeld. Het was er gigantisch druk. Buiten, in een tent, keken mensen zelfs via videoverbinding mee. Dat was heel bijzonder.”

Ontroerend

“Deze verhalen vertellen… dat ontroert mij enorm. Wat kijk ik toch terug op een geweldige tijd.”

Deze website plaatst cookies, waaronder die van Google Analytics. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag.